Homepage 'de Luikerwaal' Zomaar een heleboel prachtige series toverlantaarnplaten.  Deel 8.

Naar: deel 1 deel 2 deel 3 deel 4 deel 5 deel 6 deel 7 deel 8 deel 9 deel 10

Utopia.

Een vreemde, maar ook heel interessante serie van 12 gekleurde toverlantaarnplaten uit het begin van de vorige eeuw. Het was lastig de titel en de fabrikant van de serie te ontdekken. De eerste plaat toont het interieur van een museum, met een man met een baard die, samen met zijn hoge hoed en laarzen, ligt te slapen in een glazen kast. Boven de kast hangt een bord met de tekst "Man asleep, period 19th Century". Deze man zien we terug in verschillende delen van het verhaal. De andere platen tonen wat lijkt op een groot militair ziekenhuis of een gevangenis of een herstellingsoord met afbeeldingen van een badhuis, een slaapzaal, een eetzaal, enz., en zelfs één waarop een medisch experiment of marteling plaats vindt. Afgezien van de man met de hoge hoed dragen alle andere personages blauwe tunieken en vaak pillendoos-hoeden.

Uiteindelijk bleek dat deze set gemaakt is naar een intrigerend kort verhaal van de Engelse schrijver Jerome Klapka Jerome, dat vertelt hoe een slapende man wakker werd na maar liefst duizend jaar te hebben geslapen, waarna hij ontdekte dat de wilde plannen van vooruitstrevende socialisten waren uitgekomen. Hij merkte hoe nu gelijkheid en broederschap oppermachtig regeerden, dat alles door de staat werd verschaft en dat iedereen nu alles met elkaar deelde.

Op de eerste plaat zien we hoe de man wakker wordt en zich bevindt in een glazen kast in een museum in de City of London. Er hangt een groot bord boven zijn hoofd met de tekst 'Slapende man - periode 19e eeuw. Deze man werd slapend aangetroffen in een huis in Londen, na de grote sociale revolutie van 1899. Volgens de hospita van het huis zou hij toen al meer dan 10 jaar hebben geslapen. Er werd op 11 februari 1900 besloten de man, voor wetenschappelijke doeleinden en alleen om te zien hoe lang hij nog zou slapen, niet wakker te maken, maar hem naar het Museum van Vreemde Zaken over te brengen en hem daar op te slaan. Bezoekers worden verzocht geen water door de luchtgaten te spuiten!'

De set is gemaakt door Theobald & Co. De lantaarnplaten zijn 3,25 inch x 3,25 inch (8,2 x 8,2 cm).
 
1. Man asleep, 19th Century. 2. The guide takes me out for a walk. 3. And shows me the buildings.
4. We meet some other inhabitants. 5. The man with one arm. 6. Lessening a man's abilities.
7. Our garden plots. 8. Getting up in the morning. 9. Washed by the State.
10. Fed by the State. 11. Spend the evenings doing nothing. 12. Going to bed.
 
TIJL UILENSPIEGEL.

Uitgeverij Wedea uit Amsterdam bracht in de jaren dertig diverse series lantaarnplaten op de markt onder de naam 'City-Series'. Deze serie Tijl Uilenspiegel bestaat uit 12 stuks platen in de maat 8,2 x 8,2 cm. De lantaarnplaten zijn voorzien van een dekglas dat hen beschermd tegen beschadigingen.
De tekeningen van Kate Philipsen zijn met de hand ingekleurd. Kate was onder meer bekend van de illustraties in de boekenreeks Kinderleven geschreven door H.J. Jacobs die in november 1930 op de markt kwamen (bron: Nieuwsblad voor den Boekhandel).

 Uit de bijgesloten tekst valt tevens op te maken dat de overige titels in deze serie waren: Roodkapje, Schoone Slaapster, Gulliver bij de Reuzen, Gulliver bij de Dwergen, Robinson Crusoë en Een oogje, twee oogje, drie oogje.

1. Tyl Uilenspiegel, die zijn heele leven streken uitgehaald heeft.

(tekst van het bijgevoegde tekstblad in de oude spelling)
2. Tyl wordt voor de tweede maal gedoopt. Wanneer hij op de arm van zijn baker terugkomt van den eersten doop stapt de baker mis en valt van de plank in de sloot. Tyl's vader haalt ze er beiden uit. 3. Tyl wordt voor de derde maal gedoopt. Thuis gaat hij weer in bad om 't vuile slootwater af te waschen.
4. Als hij een jaar of acht is mag Tyl met zijn vader mee naar de stad. Hij zit vóór op het paard en de vader begrijpt maar niet waarom alle menschen op den weg staan blijven en z'n Tyltje zoo boos nakijken. 5. Tyl is nu volwassen en zoekt werk. Dan komt hij een ouden vriend tegen, die hem het vak wel leeren wil. Hij moet nog verderop, maar wijst Tyl alvast 't huis. 'Zie je dat raam, daar moet je in. 'Tyl voert dit woordelijk uit en springt vroolijk door de ruit. 6. De kleermaker en zijn vrouw vinden dit wel geen goed begin, maar hij mag toch blijven en moet dan een nieuwe jas maken naar hetzelfde model van de oude. Dit doet Tyl, maar knipt er ook dezelfde scheuren in en zet er een paar lappen op. Dan wordt hij het huis uitgejaagd.
7. Nu komt hij den kok van 't paleis tegen, die net een koksjongen gebruiken kan. Tyl weet wie 't is en doet of hij jaren bij een kok heeft gediend. Hij moet 't vleesch braden, maar de kok zegt hem , het niet te dicht op 't vuur te zetten. Het lijkt Tyl daarom maar 't beste het naar den kelder te brengen. 8. De kok begrijpt dat Tyl hem voor de gek houdt en beveelt hem 't huis te ruimen, wat Tyl weer woordelijk uitvoert door alles uit huis te sleepen en buiten neer te zetten. 9. Tyl staat dus weer op straat, maar om aan geld te komen gaat hij naar den koning en zegt dat hij schilder is. Als bewijs toont hij een pasgekocht schilderij. Hij moet nu de portretten van de prinsen en prinsessen schilderen en krijgt daarvoor twee helpers. Maar dit edele drietal voert niets uit en neemt 't er eens van.
10. Als de koning komt kijken, maakt Tyl hem wijs dat alleen verstandige menschen kunnen zien wat er opstaat, maar gekken zien niets van de verf. De koning zegt dat hij 't prachtig vindt uit angst dat men zal denken dat hij gek is. Het heele hof is vol bewondering. Als ze er eindelijk achter komen is Tyltje verdwenen. 11. Tyl gaat met z'n twee vrienden verder. Om aan geld te komen doet de een of hij niet meer loopen kan en erge pijn heeft. Tyl gaat met z'n hoed rond en uit medelijden geeft ieder wat. 12. Maar 't laatste plaatje laat zien dat hij zoo gezond was als een visch.
 


Het doosje van uitgever Wedea (niet vermeld, maar uit Amsterdam, en ook uitgever van de City Series) bevat 12 met de hand ingekleurde lantaarnplaatjes met tekeningen in het formaat 8,2 x 8,2 cm, voorzien van een dekglas.
De IJsmannetjes.

Het verhaal De IJsmannetjes van Jacq(ueline) van der Nagel werd in 1923 in de boekhandel gebracht door G.B. van Goor en Zonen uit Gouda. De illustraties in het boek zijn van Enna (Elisabeth Francisca) Nieuwenhuis (Utrecht 5 mei 1882 Renkum 2 januari 1971) gehuwd geweest met J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard.

Op enkele van de afbeeldingen uit deze serie lantaarnplaten staan de initialen MB. Mogelijk betreft het hier tekeningen van Johan Briedé (1886-1980) die soms als eerbetoon aan zijn vrouw (Mary Grietje Brandsma) wel eens met MB signeerde.

In een lange rij kwamen ze aangereden, de ijsmannetjes die 's avonds de ijsbanen schoon veegden. En als deze dan 's morgens glommen en blonken als spiegels en de sneeuw in hoopjes tegen de kanten lag dan zeiden de mensen: "Kijk! De wind heeft vannacht de ijsbaan schoongeveegd!" - Die domme mensen! De ijsmannetjes hadden het gedaan, maar dat wisten zij niet, omdat de kleine kereltjes zich altijd schuil houden omdat ze bang zijn voor die grote, lompe mensen.

Toen Kees 's morgens vroeg naar de baan ging kijken waar die middag een hardrijderij gehouden zou worden, zag hij in de verte een ijsmannetje bij het riet staan. Hij dacht dat het een eend was en gooide een steen naar hem. Gelukkig miste hij, maar het ijsmannetje schudde woedend met zijn vuist en riep luid: "Wacht maar, ik zal je niet vergeten baasje!".
Die middag zat het ijsmannetje verstopt tussen het riet met in zijn hand een groot brok ijs en toen Kees langs hem reed, gooide hij het stuk ijs vlak voor zijn voeten. Kees viel achterover op het ijs en er liep een dun straaltje bloed vanuit zijn muts over het ijs.
Hij werd door een groepje mannen naar huis gedragen. Het ijsmannetje was erg geschrokken, want zo had hij het niet bedoeld. Dus bedacht hij een plannetje om het weer goed te maken.
Kees was weer bijgekomen, maar moest van de dokter nog een paar dagen in bed blijven liggen.  Iedere avond, als moeder naar beneden was gegaan, kwamen er zes kleine ijsmannetjes aan het voeteneinde van zijn bed zitten die hem om beurten een verhaaltje over hun leven vertelden.  Zo redden zij eens een baby toen de ooievaar die de baby droeg verongelukte en zij de baby naar een jonge moeder brachten.
Ook brachten zij eens twee broertjes, die verdwaald waren op het ijs van het grote meer, weer naar huis en toen ze in het verre Siberië waren, redden ze een vrouw en haar kind, die op de slee gezeten, bedreigd werden door bloeddorstige wolven.  Zij hielpen de koetsier door de wolven met hun pistolen dood te schieten.
De vijfde avond vertelde een ijsmannetje over de Noordpool en zijn ontmoeting met een ijsbeer, die dacht dat hij zijn ijsbeerjong was. Het laatste ijsmannetje vertelde dat in de lente de ijsmannetjes terug zouden keren naar het hoge Noorden. Daar woonde hun koning en aan hem moesten zij verantwoording afleggen over hun goede en kwade daden. Degenen die boos, driftig en lelijk waren geweest zouden verbannen worden. Hij bekende dat hij degene was die het brok ijs naar Kees gegooid had en nu was hij bang dat hij door de koning gestraft zou worden.
Kees zei dat hij niet boos op hem was en dat hij zijn daad allang had goedgemaakt door verhaaltjes te vertellen toen hij ziek was. Bovendien had hij immers het eerst een steen gegooid. Toen was het mannetje weer vrolijk en blij en wist hij zeker dat de koning hem vergeven zou.
Een week later vertrokken de ijsmannetjes voorgoed en kort daarna viel de dooi in.
 
Reuben Davidger: or, captured by Malay pirates
(By permission of Messrs Ward, Lock & Tyler).
Reuben Davidger, of Gevangen door de Malay piraten. Een serie van twaalf lantaarnplaten gemaakt door Theobald & Co, England.

Reuben Davidger, een jongen die onder voogdijschap was gesteld van zijn oom die vlakbij de haven van Londen woonde, werd zo slecht behandeld dat hij zich op een dag tussen de lading van een van de schepen verborg en zo de zee opging. Door het verschuiven van de vracht waartussen hij verscholen zat kwam hij klem te zitten zodat hij er niet meer uit kon en door hard te schreeuwen en te kreunen werd hij uiteindelijk opgemerkt. Nauwelijks meer dan een skelet was hij toen hij op het dek werd gebracht voor de kapitein, een vreselijke man die scheel keek en gehaat werd door iedereen aan boord door zijn wreedheid en onderdrukking. Na te hebben gedreigd Reuben overboord te gooien, kreeg hij toch toestemming te blijven leven, al wist hij toen nog niet welke ontberingen hij nog zou moeten doorstaan. Een hevige storm stak op, waarin het schip schipbreuk leed. De kapitein sloeg overboord en ze moesten allemaal op een vlot kruipen. Veel dagen later werden ze opgepikt door een schip dat handel dreef met China.
Helaas ontbreken van deze serie de platen #1, #10, #11 en #12.
 
 
  English version......  Wat is er nieuw op de site?  Handleiding voor deze web site.... ©1997-2018 'de Luikerwaal'
Alle rechten voorbehouden.
Bijgewerkt tot 24-10-2018.
Vorige pagina.....  Naar bovenrand pagina......